Ontwikkeling 2 tot 2,5 jaar
Motorische ontwikkeling
De peuter wordt steeds behendiger in zijn motorische ontwikkeling. Hij kan al een klein stukje omhoog springen en met iets, bijvoorbeeld een duwwagen door de kamer lopen zonder ergens tegen aan te botsen. Rennen gaat heel goed, alleen afremmen zorgt nog weleens voor problemen. De meeste peuters kunnen nu zelf de trap oplopen. De peuter kan even op zijn tenen staan. Buiten zit hij niet meer de hele tijd in de buggy, maar kan ook al kleine stukjes zelf lopen. Ook de fijne motoriek blijft zich ontwikkelen. Hij kan nu grote kralen op een koord rijgen. Krijtjes en kwasten kan hij met de vingers vast houden ipv met de hele hand, al is vasthouden met de hele hand wel makkelijker. En hij kan een rechte lijn natekenen. Hij kan nu ipv alleen met een lepel eten ook ander bestek vasthouden. De voorkeur voor een bepaalde hand wordt steeds duidelijker, al kan dit tot het vierde jaar nog wel wisselen.
Zintuiglijke ontwikkeling
De peuter gaat nu verschillende eigenschappen zoals geluiden, kleuren en geuren herkennen en kan ze ook bij elkaar zoeken.
Taalontwikkeling
De peuter kent nu ongeveer 200 tot 300 woorden, maar kan ze nog niet allemaal uitspreken. Hij verbindt korte zinnetjes met elkaar door het woordje en te gebruiken. Hij leert de betekenis van de woorden ik, jij, mij kennen en gebruikt voorzetsels als op en in. Hij kan eenvoudige persoonlijke informatie onthouden en deze ook vertellen, zoals zijn naam en leeftijd. Hij leert taal nu sneller van leeftijdsgenootjes dan van volwassenen. Het feit dat hij graag contact wil maken met leeftijdsgenootjes dwingt hem taal te gebruiken, ook dezelfde interessen vergemakelijken het gebruik van taal tussen kinderen. Sommige kinderen in deze leeftijd praten overigens nog weinig en zijn met zichzelf bezig.
Cognitieve ontwikkeling
De peuter begint nu kleuren te herkennen en kan bijvoorbeeld twee blokjes van dezelfde kleur bij elkaar zoeken. Hij gaat nu ook voorwerpen naar eigenschappen sorteren, bijvoorbeeld een hele lange rij van alleen maar auto´s. Hij krijgt nu ook begrip van tijd. Bijvoorbeeld vandaag en morgen. Hij wil nu ook graag naar buiten om nieuwe dingen te ontdekken en te beleven. Luisteren kan een peuter van deze leeftijd al wel, maar dan wel als de boodschap hem van dichtbij verteld wordt. Op een afstand van meer dan twee meter hoort de peuter je wel, maar komt de boodschap nog niet binnen. De regels die je aan je peuter stelt moeten wel eenvoudig zijn en bij zijn leeftijd passen, dus niet te moeilijk en te ingewikkeld. Een kind van deze leeftijd leert nog steeds veel door te kijken en na te doen, laat dus het goede voorbeeld zien.
Geestelijk-sociale ontwikkeling
De peuter heeft vaak driftbuien. Dit komt omdat hij bezig met zijn eigen ik te ontdekken. Hij zoekt de grenzen en kijkt hoe ver hij kan gaan. Ook wil de peuter vaak meer dan dat hij echt kan, dit frustreert hem. De peuter gaat steeds meer helpen met zich zelf uitkleden en wil ook graag helpen met huishoudelijke klusjes. Mee helpen in de pan roeren tijdens het koken of met de stofzuiger door het huis. Het blijft wel bij simpele dingen. Door hem mee te laten helpen met simpele klusjes die niet te moeilijk voor hem zijn groeit zijn zelfvertrouwen. Samen spelen met andere kinderen is nog erg moeilijk, dit komt omdat hij nog erg egocentrisch is en samen delen is een moeilijk iets. Fruit uitdelen kan hij al wel en dit is de eerste aanzet voor het leren delen. Delen met broertjes en zusjes is meestal al wel mogelijk.