Ontwikkeling 21 tot 24 maanden
Motorische ontwikkeling
In deze periode kan de dreumes snel rechtuit lopen. Ook het rennen gaat steeds zelfverzekerder, al kost het nog wel veel van het concentratievermogen. De dreumes vindt het leuk om te dansen en kan dat ook goed. De coordinatie van de handen en voeten is een stuk beter. De dreumes kan vanuit stilstand een bal schoppen en zittend een bal gooien en vangen. Speelgoed met pedalen wordt interessant, al is het nog wel moeilijk om de pedalen rond te trappen. Met wat geduld en oefening, kan de dreumes op een schommel in evenwicht blijven. De dreumes ontwikkeld de pincetgreep om kleine voorwerpen op te pakken en kan zelf bladzijdes van een boekje omslaan. Hij wil graag zelf helpen met het aan en uitkleden, al is dat nog erg moeilijk, maar sokjes of een ruime trui uittrekken leert hij met wat oefening snel.
Zintuiglijke ontwikkeling
De dreumes is nog steeds bezig om van alles te ontdekken, maar in plaats van alles los te zien, gaat de verschillend binnen gekomen informatie een geheel vormen. Niet alleen per zintuig, maar ook gecombineerd met informatie van de verschillende zintuigen. Dus een appel is een appel omdat hij zurig smaakt, maar ook zoet kan smaken en omdat hij groen of geel of rood is, omdat hij rond van vorm is en omdat hij glad voelt en omdat hij klinkt zoals hij klinkt als je erop klopt. De dreumes onderzoekt alle nieuwe voorwerpen nauwkeurig en legt verbanden om alles tot een geheel te vormen.
Taalontwikkeling
In deze periode neemt de taalbeheersing toe. De dreumes luistert goed naar zijn ouders of anderen en praat die na. Door te luisteren naar volwassen gesprekken, leert hij hoed de taal in elkaar zit. Hij gaat ook steeds meer met andere kinderen praten. Hij gebruikt veel verschillende woorden. Er worden nog wel veel taalfouten gemaakt. Er worden woorden door elkaar gehaald of compleet nieuwe woorden worden verzonnen, ook worden vaak bepaalde medeklinkers door elkaar gehaald. Om de taalontwikkeling te stimuleren is het het beste om de dreumes niet te verbeteren op een negatieve manier: "nee dat zeg je niet goed", maar om ja te zeggen en het dan op de goede manier te herhalen: "Ja, die auto is mooi". De woordenschat breidt zich uit naar minstens 200 woorden, die vaak gecombineerd worden tot korte zinnetjes. Hij kent de meeste namen van de alledaagse voorwerpen en van de delen van zijn lichaam en kan die ook benoemen.
Cognitieve ontwikkeling
Het fantasiespel breidt zich uit en het concentratievermogen neemt toe. Mede doordat de dreumes wat zelfstandiger wordt en begrijpt dat hij voorwerpen kan manipuleren, krijgt hij meer controle op zijn omgeving. De dreumes kijkt graag naar volwassenen en doet die na, zo leert hij door te kijken. Ook wil hij graag alles weten en vraagt van alles. De dreumes begint steeds beter te snappen als hem iets uitgelegd wordt, wat de bedoeling is en waarom. Hij gaat beter gebeurtenissen uit het verleden onthouden en kan bijvoorbeeld vertellen wat er gister gebeurd is. Hij helpt graag mee met alle daagse klusjes. Problemen worden steeds beter opgelost. De dreumes denkt eerst na voordat hij wat gaat doen.
Geestelijk-sociale ontwikkeling
In deze periode wordt de dreumes wat socialer, al vindt hij zichzelf nog wel erg belangrijk. Tegenover vreemden kan hij wel erg verlegen zijn. Als hij van de ouder gescheiden wordt kan hij huilen, maar dit is vaak al weer over als de ouder uit het zicht is. Hij is wel graag bij andere kinderen in de buurt, anders gaat hij zich vervelen, maar samen spelen en samen delen is nog wat te moeilijk voor een dreumes. Het kan zijn dat de peuterpubertijd aanbreekt, ze worden dan erg lastig en gaan zich uitdagend gedragen. Dit komt omdat ze zelfstandiger zijn en meer zelfvertrouwen krijgen. De dreumes wil graag alles zelf doen, zelf eten, zelf aankleden en zelf wassen of klusjes in huis doen. Waarom iets wel of niet mag kan al beter uitgelegd worden aan de dreumes, maar echt luisteren is nog wel moeilijk voor hem. Ook in deze periode is het zo dat sommige kinderen al een beetje met zindelijkheid bezig zijn, ze zijn dan erg geļnteresseerd in de wc en het potje. Andere kinderen doen er nog helemaal niets mee. Dat maakt niet uit, dat komt vanzelf wel. Ze vinden het wel erg leuk om mee te helpen, bijvoorbeeld in het huishouden en genieten van de verantwoordelijkheid en waardering die ze daarvoor krijgen.