Ontwikkeling 3 tot 3,5 jaar
Motorische ontwikkeling
De peuter kan nu van grotere hoogten springen, twee traptreden, zonder zijn evenwicht te verliezen. Kleine hellingen oplopen zorgen niet meer voor problemen. Hij kan op zijn tenen staan en ook op de tenen lopen. Hinkelen en springen gaat nu ook goed. Hij kan zelf goed op zijn stoel aan tafel gaan zitten. Hij kan een trapvoertuig over een vlakke ondergrond goed vooruit krijgen. Bewegen op muziek blijft leuk, maar de peuter gaat nu ook steeds beter op de maat van de muziek bewegen. De fijne motoriek wordt steeds beter. De peuter kan al aardig overweg met een schaar en kan een groot vel papier doormidden knippen. De peuter kan zelf zijn tanden poetsen, het moet wel voorgedaan worden, maar hij kan dan wel de tandenborstel goed vasthouden en op zijn manier zijn tanden poetsen. Na poetsen blijft natuurlijk wel noodzakelijk. Sluitingen met grote knoopsgaten kan de peuter zelf open doen. Met de klei kan de peuter goed met de roller overweg. Hij rolt de klei uit en maakt er daarna weer een bol van.
Zintuiglijke ontwikkeling
Het kind kan alles goed waarnemen met de zintuigen. Afhankelijk van de fase van de overige ontwikkelingsgebieden kan het kind de informatie verwerken en er iets mee doen.
Taalontwikkeling
De peuter luistert graag naar verhalen en is er ook meer mee bezig. Hij begrijpt eenvoudige opdrachten met ongeveer drie stuks informatie en kan die ook uitvoeren. De peuter is dol op liedjes en gaat nu ook de woorden onthouden en probeert mee te zingen. Hij maakt nu zinnen van 4 of 5 woorden en gaat ook voorzetsels gebruiken. Hij gebruikt twee tot drie vaste bijvoeglijke naamwoorden regelmatig in de zinnen. Een peuter kan nu ook gaan stotteren of met tussen pozen praten. Dit komt omdat hij veel meer woorden kent en hij betere zinnen kan maken, maar nog wat tijd nodig heeft om die woorden te gebruiken en in de goede volgorde te plaatsen, hierdoor last hij voor zichzelf een kleine pauze in. Ook kan het zijn dat een kind te snel wil praten, zodat hij over zijn eigen woorden struikelt. Na enige tijd moet het stotteren weer afnemen en verdwijnen.
Cognitieve ontwikkeling
De peuter ontwikkelt nu het eerste begrip van getallen en sommigen kunnen al tot 4 of 5 tellen. Al gaat het ook nog wel vaak verkeerd. Het korte termijn geheugen is nu zo verbeterd, dat hij iets nieuws kort kan onthouden en dat aan een ander kan overbrengen. De peuter snapt regels en het waarom van die regels als ze maar duidelijk uitgelegd worden. Hij denkt nog wel magisch, daarom geloven peuters bijvoorbeeld ook in Sinterklaas. De peuter zit vol fantasie en dat kan leuk zijn, maar soms kunnen ze daardoor ook angstig worden voor bepaalde dingen.
Geestelijk-sociale ontwikkeling
De peuter krijgt steeds meer zelfvertrouwen en wordt zekerder bij andere kinderen en volwassenen. De meeste peuters maken makkelijk nieuwe vriendjes en praten daar uitvoerig over. Sommige peuters zijn nog wat verlegen in het contact met andere kinderen. In een groep nemen ze ook een bepaalde rol in. Sommige peuters zijn overheersend en andere peuters zijn juist wat verlegen of introvert. Dit kan gedurende de ontwikkeling nog best veranderen. Een peuter is nog wel egocentrisch en plaatst zichzelf in het midden van de wereld. Ook heeft hij een duidelijkere wil en zich verplaatsen in anderen is nog erg moeilijk. Een peuter vindt het leuk om voor een klein huisdier te zorgen met de hulp van de ouders. De volledige verantwoordelijk kan nog niet bij een peuter neergelegd worden. Als iets niet gaat zo als de peuter wil of iets lukt niet, kan hij nog wel snel huilen.