Ontwikkeling 4 tot 6 maanden
Motorische ontwikkeling
De baby heeft nu door dat hij handen en voeten heeft en doet er van alles mee. Doordat de spieren sterker worden kan de baby steeds meer met zijn lichaam. Door te rollen en te draaaien verplaatst de baby zich en komt zo bij speeltjes waar het tot nu toe niet zelf bij kon. De meeste baby's proberen in deze periode in de kruiphouding te komen, maar meestal lukt dit niet. Als de baby gesteund wordt, kan hij zitten en zelf zijn hoofd rechtop houden. Aan het eind van deze periode kan de baby zonder steun zitten op schoot en in de kinderstoel. Als de baby op schoot zit en je houdt een speeltje voor hem, dan zal hij dat proberen te pakken. Vaak wil de baby zodra hij op schoot gezet wordt zijn benen strekken zodat hij vanuit stand de wereld om hem heen kan bekijken. Vanuit dat standpunt ziet hij de omgeving op een andere manier en ontdekt hij weer allemaal nieuwe dingen. Als de baby ligt en je geeft hem je vingers, zal hij zich optrekken tot zit, zijn spieren zijn daar nu sterk genoeg voor. De baby krijgt steeds meer interesse voor zijn handen en voor wat hij er mee kan doen. Zo is lawaai maken met de handen erg leuk, maar ook bewust kijken en pakken van speeltjes is erg handig. Armen, pols, handen en vingers functioneren nog wel als één geheel en hierdoor is er nog weinig coördinatie. Toch kan hij, met moeite, zwaaiende speeltjes pakken. De baby kan speeltjes goed vasthouden en vindt dat leuk. Hij laat speeltjes niet graag los. Om iets stevig vast te houden gebruikt hij twee handen of drukt het speeltje stevig tegen de borst. De baby laat speeltjes wel eens vallen, maar doet dit dan opzettelijk om te zien wat er dan gebeurd en wat voor een geluid het maakt als er iets valt. Hij maakt er dan een spelletje van. Aan het eind van deze periode kan hij twee voorwerpen vast houden en hij kijkt dan van het ene naar het andere voorwerp. Toen hij nog niet twee voorwerpen vast kon houden liet hij het ene voorwerp vallen als hij interesse had voor een ander voorwerp. De baby pakt voorwerpen over van de ene in de andere hand. Met de benen gaat de baby ook steeds meer doen. Hij kan zich stevig afzetten met de voeten en hij houdt vaak de benen in de lucht. Zodra hij zijn voeten ontdekt heeft zal hij vaak op zijn eigen tenen kauwen.
Zintuiglijke ontwikkeling
De baby kijkt het liefst naar voorwerpen op een meter afstand, omdat hij ze op die afstand goed kan zien. Felgekleurde afbeeldingen trekken de aandacht en spreken de baby aan. Voorwerpen van verschillende grootte en met verschillende vormen worden uitvoerig bekeken en onderzocht. Hij probeert het gewicht van een voorwerp te schatten. Als de baby een voorwerp laat vallen, kijkt hij zoekend naar de grond om te kijken waar het gevallen is en waar het gebleven is. Wanneer je door de kamer loopt, zal de baby je overal met zijn blik volgen. De baby gaat steeds meer combinaties maken van kijken en grijpen en van horen en zien.
De baby kan zachte en hoge geluiden heel goed horen. Als hij een geluid hoort draait hij zijn hoofd in de richting van het geluid om te zien wat hij hoort. Aan het eind van deze periode reageert de baby vaak al op zijn eigen naam. De baby heeft een voorkeur voor hoge melodieuze klanken. Muziek vindt hij leuk en reageert op de sfeer van de muziek. De baby herkent niet meer alleen de stemmen van zijn ouders, maar ook de stemmen van andere mensen. De baby vindt het leuk om verschillende materialen en structuren te voelen. Aan het eind van deze periode krijgt de baby meer interesse voor eten en gaat zelf eten in de mond stoppen.
Taalontwikkeling
Als de baby 5 maanden is hebben de stembanden, de stemspieren en de ademhaling zich zo ontwikkelt dat hij steeds meer verschillende geluiden kan maken. Hij stemt de geluiden steeds meer af op andere mensen en probeert klanken van andere mensen na te doen. De geluiden die de baby maakt, gaan steeds meer klinken zoals de klanken van de gesproken woorden in de moedertaal klinken. Hij maakt steeds meer klanken met medeklinkers. Brabbelgeluiden worden gecombineerd met klinkers en medeklinkers. Nanana, bababa, dadada. De baby koert, sputtert, blaast bellen met de lippen en maakt allelei bewegingen met de tong en de lippen. Hij doet dit als hij alleen is, maar ook tegen andere mensen. Als je tegen hem praat, praat hij op zijn manier terug en zo begint het al echt als een gesprekje te klinken. Hij imiteert daarbij de gezichtsuitdrukkingen van de ander. Aan het eind van deze periode krijgt de baby al enig begrip van het woord "Nee".
Cognitieve ontwikkeling
De baby krijgt steeds meer begrip voor simpele oorzaak-gevolg spelletjes en gebeurtenissen. Hij weet wat er gaat gebeuren als je een bepaalde handeling doet. Hij weet steeds beter hoe dingen eruit zien, smaken, klinken en voelen. De spiegel is nog steeds interessant, maar nog steeds begrijpt hij niet dat hij dat zelf is. Hij weet dat zijn naam bij hem hoort.
Geestelijk-sociale ontwikkeling
De baby weet steeds beter duidelijk te maken wanneer hij iets wel en wanneer hij iets niet leuk vindt. Hij lacht als hij blij is en krijst als hij boos is. Lachen en glimlachen gebruikt hij vaak om aandacht te trekken, hij heeft al snel door dat daar leuk op gereageerd wordt. Hij kan verlegen reageren tegen vreemde mensen en kan dan gaan huilen. Hij wordt dan een beetje eenkennig. Als de baby in moeilijke situaties terecht komt kan hij angstig worden, hij kruipt dan het liefst dicht tegen papa of mama aan. Andere babys worden steeds interessanter. Eerst staarden ze alleen maar naar elkaar, maar nu krijgen ze ook plezier in elkaars gezelschap. Veel baby's hechten zich aan een knuffel en die moet dan ook overal mee naar toe. De knuffel is nodig om in slaap te komen. Hij geeft de baby een gevoel van veiligheid. Op deze leeftijd kan de baby even alleen spelen.