Ontwikkeling 5 tot 6 jaar
Motorische ontwikkeling

De kleuter kan nu steeds moeilijkere bewegingen maken. Schommelen, hinkelen, huppelen en touwtje springen kan hij nu makkelijk. Ook gooien en vangen van de bal kan hij nu goed. Fietsen zonder zijwielen.
De fijne motoriek wordt steeds verfijnder. Hij houdt bestek en potlood nu als een volwassene vast. Tekeningen worden steeds gedetailleerder, netter en precieser. Hij wil vaker letters maken en zijn naam schrijven zonder deze na te schrijven. Hij kan nu ook veters strikken.
Zintuiglijke ontwikkeling

De kleuter kan nu voorwerpen aan de hand van een combinatie van verschillende zintuiglijke informatie met elkaar vergelijken en onderscheiden. Dus zowel het gewicht als kleur bijvoorbeeld. En aan de hand daarvan voorwerpen sorteren. Hij kan steeds beter onderscheidt maken tussen kleine verschillen, kleine kleurverschillen bijvoorbeeld of kleine verschillen in klanken.
Taalontwikkeling

De woordenschat breidt zich verder uit tot zo'n 3000 woorden. Verder verbeteren de gramaticale regels zich. Hij maakt gebruik van abstracte begrippen.
Cognitieve ontwikkeling

De kleuter is nog steeds erg nieuwsgierig en geintresseerd in leven en dood. Hij kan voorwerpen op volgorde zetten bijvoorbeeld van klein naar goot en voorwerpen vergelijken aan de hand van meerdere kenmerken. Hij snapt nu ook dat als je water van een dik glas in een smal glas giet, de hoeveelheid hetzelfde is, ook al staat het water hoger. Hij kan beter onderscheidt maken tussen fantasie en werkelijkheid, al kan het nog wel eens door elkaar lopen. De kleuter kan nu tot 20 tellen en vaak nog verder en hij zal cijfers herkennen en benoemen. Vaak kan hij ook al simpele optel en aftrek sommetjes maken. Hij kent de dagen van de week en heeft interesse in de maanden en seizoenen. Tijdsbesef breidt zich uit. Hij kan doorgaan met een taakje tot het af is, ook al duurt het een aantal dagen.
Geestelijk-sociale ontwikkeling

In de laatste periode van de kleutertijd worden vriendjes steeds belangrijker. Ouders worden minder belangrijk. Vaak vrienden groepjes van 2 tot 5 kinderen. Veel interesse in zich zelf als baby. Hij kan zich makkelijker aanpasen aan zijn omgeving. Hij is vaak beschermend naar anderen toe. Hij kan zijn emoties benoemen, zoals boos, blij, verdrietig enz. Kan zichzelf goed redden, zelf goed dooreten, zelf aankleden, veters strikken. Inzicht in het verkeer begint te komen.