Ontwikkeling 8 tot 10 maanden
Motorische ontwikkeling
In deze periode is de baby druk bezig met kruipen. Hij draait tijdens het kruipen voortdurend om en hij wil overal in en onder kruipen. Staan vindt hij erg interessant. Hij trekt zichzelf overeind en doet een paar pasjes langs meubels. Een enkele baby kan al aan twee handen meelopen. De trap wordt steeds interessanter. De handbewegingen worden steeds gecontroleerder. De pols beweegt onafhankelijk van de hand, waardoor hij de hand goed kan draaien. Soms zwaait de baby terug als er naar hem gezwaaid wordt. In de handen klappen en voorwerpen tegen elkaar aan slaan zijn leuke spelletjes. De baby kan twee blokjes in één hand vast pakken en hij kan een paar blokjes stapelen. Speeltjes die zich over de grond bewegen trekken de aandacht. Voorwerpen worden onderzocht en worden overal in gedaan. De vingers worden onafhankelijk van de hand bewogen en de wijsvinger kan hij apart van de andere vingers bewegen. Hij kan wijzen met zijn wijsvinger en hij kan met zijn duim en wijsvinger (de pincetgreep) eten in zijn mond stoppen. Aan het eind van deze periode lijkt de baby al een voorkeurshand te hebben, maar die kan nog tot zijn vierde jaar wisselen. Het is belangrijk om de baby te stimuleren om de beide handen te gebruiken.
Zintuiglijke ontwikkeling
De baby gaat gezichten steeds beter herkennen, niet alleen van de eigen familieleden maar ook van vrienden en kennissen. Hij gaat steeds meer kleine details zien en let overal op. De baby vindt het leuk om ergens verschillende geluiden mee te maken. Hij slaat speeltjes tegen elkaar om te ontdekken hoe het klinkt en welke verschillende klanken verschillende voorwerpen maken. Als er een geluid is, stopt de baby met zijn spel om te kijken waar het geluid vandaan komt. Hij is gek op muziek en "danst" mee op de maat van de muziek. De baby voelt aan alles om de verschillende structuren te ontdekken.
Taalontwikkeling
De taal ontwikkeld zich van tweelettergrepige klanken naar gecombineerde lettergrepen in één woord, zoals "ah-leh" "muh-gah". De eerste simpele woordjes worden gezegd en de baby begint dierengeluiden na te doen. Hij kwebbelt steeds meer in een bepaald spraakritme. Hij begrijpt het woordje "nee" nu echt en hij reageert op de eigen naam. Als je zijn naam zegt, houdt hij op met spelen om te luisteren naar wat je zegt. De baby begrijpt eenvoudige opdrachten en luistert als je tegen hem praat. Hij krijgt steeds meer begrip voor gebaren, tekens en symbolen. Om aandacht te vragen gaat hij niet meer alleen huilen of schreeuwen, maar ook aan je kleren trekken of nee schudden.
Cognitieve ontwikkeling
De baby herinnert zich steeds beter opeenvolgende activiteiten, gedragspatronen, gebeurtenissen en gelaatsuitdrukkingen. Hij ziet hoe oorzaak-gevolg spelletjes werken. Hij kan gebeurtenissen rangschikken. Wat gebeurt er als ik dit doe? De baby leert veel van nadoen. Op die manier ziet hij hoe dingen werken. Hij begint dingen die bij elkaar horen bij elkaar te zoeken. De baby krijgt nu meer dan alleen zintuiglijke informatie, hij begrijpt dat dingen en mensen ook los van hem bestaan. Als je mensen of speeltjes niet meer ziet, dan zijn ze er nog wel (objectpermanentie).
Geestelijk-sociale ontwikkeling
De baby kan nu echt in een eenkennigheids fase komen. Andere volwassenen dan zijn eigen papa en mama vindt hij vreemd en eng. Andere baby's vindt hij wel leuk en interessant. Hij probeert ze aan te raken. Hij begrijpt alleen nog niet wat de uitwerking van handelingen op andere kinderen is. Hij begrijpt nog niet dat je een ander kindje niet in het gezicht moet slaan, omdat dat pijn doet. Als hij aan het spelen is en er komt een ander kindje aan dan zal hij zijn eigen speeltjes bedekken om duidelijk te maken dat die van hem zijn en dat hij niet wil delen. De baby houdt van interactieve spelletjes. Bij het voorlezen zit hij graag tegen je aan en hij is gek op knuffelen. Als iemand anders boos of verdrietig is, zal hij ook boos of verdrietig worden.