De ontwikkeling
De ontwikkeling van het kind is in te delen in ontwikkelingsgebieden en in ontwikkelingsleeftijden. Hieronder worden kort de ontwikkelingsgebieden omschreven en uitgelgd aan de hand van voorbeelden. In de tabel onderaan dit tekstblokje staan knoppen waarin de leeftijden in groepen zijn ingedeeld. Daar kan je doorklikken naar de beschrijving van de ontwikkeling van het kind naar leeftijd.
De ontwikkelingsgebieden
De ontwikkelingsgebieden zijn in te delen in een aantal hoofdontwikkelingsgebieden, die weer onderverdeeld zijn in subontwikkelingsgebieden. De ontwikkelingsgebieden zijn niet altijd strikt van elkaar te scheiden. Ze lopen vaak in elkaar over en de ontwikkeling in het ene ontwikkelingsgebied gaat vaak samen met de ontwikkeling in een ander ontwikkelingsgebied. Met spelen worden meestal verschillende ontwikkelingsgebieden tegelijk gestimuleerd. De ontwikkelingsgebieden waar ik me op richt zijn de volgende:
|
Motorische ontwikkeling |
Grove motoriek |
|
|
Fijne motoriek |
|
|
Zintuiglijke ontwikkeling |
Zien |
|
|
Horen |
|
|
Voelen |
|
|
Ruiken en Proeven |
|
|
Taalontwikkeling |
Passieve taal |
|
|
Actieve taal |
|
|
Cognitieve ontwikkeling |
|
|
|
Geestelijk-sociale ontwikkeling |
|
|
-Cognietieve ontwikkeling bestaat uit de perceptie en de waarneming (organisatie en interpretatie van gewaarwordingen), de cognitie (beredeneren, aandacht, geheugen, probleemoplossend vermogen, mogelijkheid tot voorstellen van objecten en ervaringen), de manier van leren.
- Geestelijk-sociale ontwikkeling bestaat uit emoties, sociale relaties, hechting, autonomie en zelfstandigheid (kennis, zelfbewustzijn, bekwaamheid, zelfwaardering).
De
motorische ontwikkeling is de ontwikkeling van de manier van bewegen. De grove motoriek zijn de grove bewegingen, zoals lopen en klimmen. De fijne motoriek zijn de fijnere bewegingen, zoals tekenen en kralen rijgen.
De
zintuiglijke ontwikkeling is de ontwikkeling van de waarneming door middel van de zintuigen: gehoor, gezicht, reuk, gevoel (handen, voeten, lippen) en de smaak. Bijvoorbeeld het leren focussen met de ogen en het leren herkennen van verschillende materialen.
De
taalontwikkeling is de ontwikkeling ven het gebruik en besef van taal en de mogelijkheid tot communiceren. De passieve taal is het begrip van de taal en de actieve taal is de gesproken taal. Een kind ontwikkelt eerst de passieve taal en daarna de actieve taal. Een kind dat nog niet kan praten of sommige woorden niet kan zeggen, begrijpt al wel heel veel.
De
cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling van de manier waarop het kind iets interpreteert en leert problemen op te lossen. Bijvoorbeeld het oplossen van een puzzel of het sorteren van kralen.
De
geestelijk-sociale ontwikkeling is de ontwikkeling van de mogelijkheid tot het aangaan van sociale relaties en de ontwikkeling van de emoties. Ook de ontwikkeling van de zelfstandigheid hoort hierbij. Bijvoorbeeld het samen spelen van een spelletje. Een kind moet dan leren hoe met anderen om te gaan, emoties reguleren als het verliest en zelfstandig beslissingen kunnen nemen.
De ontwikkelingsleeftijden
De ontwikkeling van het kind is in te delen in verschillende leeftijdsgroepen. Op de knoppen in de tabel bovenaan kan je doorklikken naar de verschillende leeftijdsgroepen. Per leeftijdsgroep wordt beschreven hoe het kind zich op de verschillende ontwikkelingsgebieden ontwikkelt. Let op, elk kind is anders en ontwikkelt zich verschillend en in een eigen tempo. De gebruikte leeftijdsindeling is dus een indicatie. In de hoofdgroepen (baby, dreumes, peuter, kleuter) staat algemene informatie over de ontwikkeling in de betreffende leeftijdsgroep. Bij de subgroepen staat een gedetaileerde beschrijving van de ontwikkelingen in die leeftijdsgroep. De hoofdgroep "baby" geeft een algemene beschrijving van de ontwikkeling voor kinderen in het eerste levensjaar. De subgroep "4 tot 6 maanden" geeft een beschrijving van de ontwikkeling voor kinderen die vier en vijf maanden oud zijn. Een kind van vier maanden zal ook nog voor een groot deel vallen in de subgroep van "2 tot 4 maanden" en een kind van vijf maanden kan deels ook al in de subgroep van "6 tot 8 maanden" vallen.