Ontwikkeling dreumes (1 tot 2 jaar)

Motorische ontwikkeling
De dreumes maakt motorisch een grote sprong. Hij leert lopen, rennen, klauteren en klimmen. Zo wordt zijn wereld steeds groter. In het begin gaat het allemaal voorzichtig en wiebelig, maar al snel kan hij overal komen waar hij maar wil. Speeltjes die leuk zijn tijdens deze periode zijn speeltjes die het lopen stimuleren, denk aan trekspeelgoed, duwkarren en loopfietsjes. Ook de fijne motoriek ondergaat een hele ontwikkeling. Hij leert voorwerpen vast te houden en te manipuleren. Voorwerpen ergens in en uit doen, goed onderzoeken en ontdekken wat je er allemaal mee kan doen. Hij krijgt steeds meer controle over de handen en de vingers, zodat hij uiteindelijk ook kleine voorwerpen op kan pakken met behulp van de zogenaamde pincetgreep. Aan het einde van deze periode zal hij ook zelf helpen met uitkleden.
Zintuiglijke ontwikkeling
De dreumes ontdekt nog steeds veel met zijn mond, maar zijn handen worden ook belangrijker. Eerst bekijkt hij alles als 1 groot geheel, hij ziet een appel, maar uiteindelijk gaat hij ook meer op de losse details letten, een appel is rond en groen en glad en smaakt zoet. Hij voegt alle losse informatie die hij via de zintuigen binnen krijgt bij elkaar en zo wordt het een geheel. Een puzzel kan hij dan maken door niet alleen naar de figuren op de stukjes te kijken, maar ook naar de vorm van de puzzelstukjes en naar de kleuren.
Taalontwikkeling
De taalontwikkeling maakt een grote sprong. Het gaat in deze periode van babygebrabbel naar echte woorden en korte zinnen. Eerst zal hij de melodie nadoen, maar al snel komen de eerste woorden gecombineerd met eigen bedachte woorden. Aan het eind van deze periode kent hij minstens 200 woorden, die hij tot korte zinnen maakt. Vooral namen van alle daagse voorwerpen en lichaamsdelen gebruikt hij.
Cognitieve ontwikkeling
Het symbolisch denken ontwikkeld zich steeds meer en dat zorgt ervoor dat hij steeds meer fantasiespel gaat doen. De objectpermanentie ontwikkeld zich en zijn probleem oplossend vermogen breidt zich uit. Zijn concentratievermogen neemt toe. Hij kan aan het eind van deze periode een plan maken om een probleem op te lossen. Eerst denken en dan doen. Hij leert kenmerken van voorwerpen te onderscheiden en zal die bij elkaar voegen tot een geheel.
Geestelijk-sociale ontwikkeling
Tijdens deze periode wordt de dreumes steeds zelfstandiger en ontwikkeld hij een duidelijke eigen wil. Dit kan zorgen voor driftbuien. Hij ontdekt dat hij ook zelf dingen kan en niet altijd zijn ouders nodig heeft. Al vindt hij het ook wel erg prettig om zijn ouders in de buurt te hebben. Hij kan ook last hebben van scheidingsangst. Doordat zijn wereld groter wordt ontdekt hij ook dat zijn ouders niet altijd bij hem zijn, hij moet nog leren dat dat niet erg is en dat zijn ouders altijd wel weer terug komen. Een dreumes wil steeds meer zelf doen en helpen met huishoudelijke klusjes geeft hem een goed gevoel. Het gezelschap van andere kinderen vindt hij leuk, maar samen spelen doet hij nog niet echt, dat is nog te moeilijk. Dreumesen spelen vooral naast elkaar hun eigen spel.